Wat de Tour 2026 nog in petto heeft: van Le Lioran tot de dubbele Alpe d'Huez
De eerste rustdag zit erop en het echte werk moet nog beginnen: twaalf etappes, één tijdrit, twee keer Alpe d'Huez en een gat van 2'42" dat Vingegaard ergens moet zien terug te vinden. Een voorbeschouwing op de tweede en derde week van de Tour de France 2026.
De tussenstand: 2'42" en heel veel vraagtekens
Eerst de stand van zaken, voor wie het weekend half heeft gemist. Tadej Pogačar begint aan week twee met 2'42" voorsprong op Jonas Vingegaard en 3'27" op Isaac del Toro — de erfenis van zijn solo over de Tourmalet. Daarachter zit het opvallend dicht op elkaar: Remco Evenepoel op 3'30", Juan Ayuso op 3'34", het 19-jarige wonderkind Paul Seixas op 3'55" en Florian Lipowitz op 4'00". Eén goede dag en je springt drie plaatsen; één slechte en je bent afgeschreven.
Zondag kregen we er nog een verhaal bij. In de door de hitte ingekorte rit naar Ussel deed Mathieu van der Poel wat hij dit voorjaar zo vaak naliet: winnen. Hij sleurde een kopgroep van vier — met Tobias Halland Johannessen, Tom Pidcock en Pablo Castrillo — over de laatste klimmetjes van de Corrèze en hield in Ussel het aanstormende peloton twintig tellen achter zich. Pidcock troostte zich onderweg met bergpunten op de Suc au May, Mads Pedersen prikte in de tussensprint en bouwde zijn groene trui verder uit. En maandag? Maandag was er eindelijk rust.
Vandaag: vuurwerk op quatorze juillet
De herstart is meteen raak. Etappe 10, 166,6 kilometer van Aurillac naar skioord Le Lioran, valt op 14 juli — en er bestaat geen wet die zegt dat een Fransman op quatorze juillet moet winnen, maar probeer dat de Fransen zelf maar eens uit te leggen. De korte, steile cols van de Cantal maken dit een rit zonder ademruimte, met een venijnige slotklim die op het lijf van punchers is geschreven. Seixas en David Gaudu koersen voor eigen publiek, Ben Healy leeft voor zulke dagen, en na zondag weet je ook nooit waar Van der Poel opduikt.
Voor de favorieten is het vooral een dag om niet te verliezen. Al bewees Le Lioran in 2024 — toen Pogačar en Vingegaard er elkaar tot op de streep bevochten — dat een feestdag in de Cantal zelden rustig blijft.
De sprinters ruiken nog precies twee kansen
Wie de massasprints mooi vindt, moet er deze week bij zijn, want daarna is het over. Woensdag gaat het van Vichy naar Nevers (161,3 km), donderdag van het Formule 1-circuit van Magny-Cours naar Châlon-sur-Saône (179,1 km): twee biljartvlakke dagen door de Bourgogne, tenzij de wind zich ermee bemoeit. Voor Tim Merlier, na zijn dubbelslag in Bordeaux en Bergerac, zijn dit de dagen om de rekening verder op te maken; voor Jasper Philipsen de laatste kansen om die van hem recht te zetten.
En intussen tikt het groene klassement door. Pedersen leidt riant, maar Girmay, Kanter, Merlier en Philipsen zitten binnen 75 punten van elkaar — en na donderdag zijn punten alleen nog in tussensprints en heuvelfinales te rapen. Precies het terrein waarop Pedersen iedereen de baas is. De rest moet deze week toeslaan, of het groen is stilletjes beslist.
Het lange weekend: Jura, Vogezen en een klim met dubbele cijfers
Vrijdag volgt de langste rit van deze Tour: 205,8 kilometer van Dole naar Belfort, dwars door de heuvels van de Jura. Zo'n marathondag na twee sprintritten is klassiek vluchtersterrein, en met de Alpen in het vooruitzicht laten de klassementsploegen de teugels vermoedelijk graag vieren. Zaterdag wordt het serieuzer: de Vogezenrit naar Le Markstein (155,3 km) is kort, nerveus en bezaaid met steile cols — het decor waar in 2023 al eens een Tour kantelde.
Maar omcirkel vooral zondag. Etappe 15 eindigt op het Plateau de Solaison: een relatief onbekende slotklim boven het Meer van Genève met stukken van dubbele cijfers, precies het soort onontgonnen terrein waar klassementsrenners zenuwachtig van worden. Wie daar door het ijs zakt, gaat met een kater de tweede rustdag in. Wie er vleugels heeft — denk aan Vingegaard, die het gat móét dichtrijden — kan de Tour weer spannend maken voordat de Alpen überhaupt begonnen zijn.
De tijdrit die alles kan verschuiven
Na de tweede rustdag wacht op dinsdag 21 juli het enige individuele afspraakje met de klok: 26,1 kilometer langs het Meer van Genève, van Evian-les-Bains naar Thonon-les-Bains. Op papier is dit de dag van Evenepoel — als er iemand in dit peloton drie minuten kan goedmaken op iedereen behalve Pogačar, is hij het wel. Maar ook voor Vingegaard is het glooiende parcours geen vijand, en Pogačar verloor zelden een Tourtijdrit die ertoe deed. Na Thonon weten we precies wie er nog meedoet om het podium — en wie alleen nog voor de eer koerst.

En dan: twee dagen Alpe d'Huez
Het slotakkoord is zonder overdrijving historisch. Na de overgangsrit naar Voiron en de eerste Alpenkrachtmeting op Orcières-Merlette (donderdag 23 juli) finisht de Tour twee dagen op rij op de mythische 21 bochten. Vrijdag kort en explosief: 127,9 kilometer vanuit Gap, een rit die in anderhalf uur koers kan ontploffen. Zaterdag de koninginnenrit: 170,9 kilometer vanuit Bourg d'Oisans over meerdere cols, met de onverharde flanken van de Col de Sarenne als toetje voordat de Alpe voor de tweede keer wordt beklommen. We schreven eerder al waarom deze dubbel uniek is — nu weten we ook waar hij over gaat: 2'42".
Kan Vingegaard daar nog iets? De geschiedenis zegt: misschien. In 2022 stond hij er halverwege ook niet best voor en won hij alsnog, en juist op dit soort opeengestapelde hoogtemeters heeft hij Pogačar weleens gebroken. Maar die Pogačar reed toen niet rond met de rust van iemand die weet dat hij de beste is. De versie van 2026 doet dat wel.

Wie kan wat nog winnen?
Samengevat, per ambitie. Het geel is van Pogačar zolang hij niet valt of instort; Vingegaard heeft Solaison, de tijdrit en twee keer de Alpe om het tegendeel te bewijzen. Het podium is een verhaal apart: tussen Del Toro op 3'27" en Lipowitz op 4'00" strijden vijf man om twee plekken, en Evenepoel heeft met de tijdrit de beste troefkaart. Seixas hoeft voor het wit alleen Del Toro voor te blijven — makkelijker gezegd dan gedaan. Het groen is Pedersen kwijt te raken maar alleen deze week nog. En de ritten? Reken op Van der Poel en Pidcock in de heuvelfinales, op de vluchters in de Jura, en op de Fransen vandaag — al was het maar omdat het moet van de kalender.
Denk je dat je de eerste week beter hebt gevolgd dan wij? Bewijs het: doe de grote rustdagquiz met elf vragen over de uitslagen tot nu toe.
Benieuwd welke renner jij bent?
🚴 Doe de quiz