🚴WTR
Blog
UitslagenEindstandPogačar

Eindbalans Tour de France 2026: Pogačar pakt zijn vijfde, Van der Poel steelt Parijs

27 juli 2026·10 min leestijd

Tien etappes, één opgave die alles veranderde en een klimrecord dat 31 jaar overeind stond. Van Merliers revanche in Chalon-sur-Saône tot de door bosbranden ingekorte finale op Montmartre: het complete verhaal van de tweede en derde Tourweek, plus alle eindstanden en truien van de Tour de France 2026.

Merlier krijgt zijn revanche — en het snelheidsrecord leeft twee dagen

We eindigden ons vorige verslag met de opmerking dat het gloednieuwe snelheidsrecord van Nevers misschien maar een kort leven beschoren was. Dat bleek een understatement. Eerst mocht Tim Merlier in Chalon-sur-Saône zijn rekening vereffenen: na de mislukte sprint van Nevers reed Soudal Quick-Step de finale wél foutloos uit en pakte de Belg zijn derde ritzege van deze Tour. De laatste biljartvlakke dag, de laatste massasprint — het klopte allemaal.

En toen kwam etappe 13, met 205,8 kilometer van Dole naar Belfort de langste rit van deze Tour. Een enorme kopgroep kreeg vrij spel, een stevige rugwind deed de rest, en zelfs de Ballon d'Alsace in de laatste veertig kilometer remde het tempo nauwelijks af: gemiddeld 51,45 kilometer per uur. Het record van Wærenskjold, twee dagen eerder gevestigd, was alweer verleden tijd. Mauro Schmid klopte Harold Tejada in een sprint met twee onder het Lion de Belfort en bezorgde Jayco AlUla zijn ritzege; Tom Pidcock werd op twee seconden derde en klom naar de vierde plaats in het klassement.

Plateau de Solaison: de bocht die de Tour van kleur deed verschieten

In de Vogezen deed Tadej Pogačar op zaterdag waar hij deze Tour patent op heeft. Etappe 14 van Mulhouse naar Le Markstein telde maar 155,3 kilometer, maar propte er zo'n 3.800 hoogtemeters in met de Grand Ballon, de Col du Page, de Ballon d'Alsace en tot slot de Col du Haag. Daar ging hij, en niemand kwam terug: Isaac del Toro sprintte op 38 seconden naar plek twee, voor Paul Seixas en Jonas Vingegaard. Het was Pogačars vierde ritzege van deze Tour en zijn 25e in totaal.

Zondag zou de dag van Vingegaard worden — de aankomst op het Plateau de Solaison, elf kilometer klimmen na 183,9 kilometer koers, was met rood omcirkeld in Visma's roadbook. In plaats daarvan werd het de dag waarop deze Tour definitief van kleur verschoot. Op twintig kilometer van de streep schoof het voorwiel van de Deen weg in een bocht; hij ging tegen de grond, samen met onder anderen ploegmaat Sepp Kuss en Del Toro. Vingegaard stond op, maar zijn Tour was voorbij: een gebroken sleutelbeen, operatie nodig, opgave als nummer twee van het klassement. Remco Evenepoel won bovenop de klim de sprint van Pogačar en Del Toro — zijn eerste Tourzege in een rit in lijn — en schoof op naar de tweede plaats. Del Toro werd derde.

De tijdrit van Évian: Evenepoel oppermachtig, Lipowitz onderuit

Na de tweede rustdag volgde de individuele tijdrit langs het Meer van Genève: 26,1 kilometer van Évian-les-Bains naar Thonon-les-Bains. Evenepoel deed wat Evenepoel in een tijdrit doet — 32'19" op de klok, 48,4 kilometer per uur gemiddeld, en een tweede ritzege in twee dagen koers. Pogačar strandde op 28 seconden, Mattias Skjelmose werd derde op 1'04".

Bij Red Bull–BORA–hansgrohe was de vreugde tegelijk compleet en kapot. Een paar minuten voordat Evenepoel over de streep kwam, gleed ploegmaat Florian Lipowitz op zes kilometer van de finish onderuit op de witte belijning van een zebrapad in een scherpe rechterbocht. Hij knalde tegen de beschermingsmatten en raakte daarbij ook een betonnen stoeprand. Diagnose: sleutelbeen gebroken, Tour voorbij — terwijl hij bij het laatste tussenpunt nog op ritpodiumkoers lag, drie tellen achter Skjelmose. Twee klassementsrenners uit de top tien, twee gebroken sleutelbenen, twee dagen na elkaar.

Philipsen eindelijk, en Carapaz begint aan zijn week

Etappe 17 naar Voiron leverde het verhaal op waar Alpecin–Premier Tech al drie weken op wachtte. Uit een kopgroep van veertig man zette Mathieu van der Poel zijn ploegmaat af zoals alleen hij dat kan, en eindelijk stak Jasper Philipsen zijn armen omhoog: zijn eerste ritzege van deze Tour, na een reeks tweede en derde plaatsen die vooral vervelend begon te worden.

Een dag later begon de week van Richard Carapaz. Op de aankomst bergop in Orcières-Merlette soleerde de Ecuadoriaan naar de zege — en opvallend genoeg was dat de eerste bergrit van deze Tour die niet door een klassementsrenner werd gewonnen. UAE liet de vlucht rijden; Carapaz had precies begrepen dat de bergtrui in die laatste dagen te winnen viel.

Alpe d'Huez, twee keer: het record van Pantani en de val van Kuss

En toen de dubbele Alpe d'Huez, het idee waar deze Tour al sinds de routepresentatie om bekendstond. Vrijdag kwam de korte versie: 127,9 kilometer van Gap naar de eenentwintig haarspeldbochten. Met twaalf kilometer te gaan stond Pogačar meer dan drie minuten achter op de kopgroep. Hij ging aan in de eerste bocht van de Alpe, haalde Carapaz en Lenny Martinez op anderhalve kilometer van de streep in en reed solo naar zijn vijfde ritzege van deze Tour. Martinez werd tweede op zes seconden, Carapaz derde op negen.

De cijfers erachter zijn nog indrukwekkender dan de beelden. Pogačar klom de 13,8 kilometer van Alpe d'Huez in 35'27" en veegde daarmee het record van Marco Pantani uit 1995 (36'50") van tafel — een tijd die 31 jaar had standgehouden, en die hij met ruim een minuut verbeterde. Daarbovenop werd hij pas de tweede renner ooit die in het geel een rit op de Alpe won, na Geraint Thomas in 2018.

Zaterdag volgde de echte koninginnenrit: 170,9 kilometer met 5.450 hoogtemeters over de Col de la Croix de Fer, de Col du Galibier en de Col de Sarenne, opnieuw met finish boven. Ditmaal hield de vlucht wél stand, en het werd een van de wreedste finales van deze Tour. Sepp Kuss ging als eerste de laatste afdaling in met vijftien seconden voorsprong op Carapaz, maar sloeg vlak na een tunnel tegen het asfalt. Hij stond op, reed door — en ging even later opnieuw onderuit, op een haar na een ravijn in. Carapaz reed voorbij, won zijn tweede rit in twee dagen en stelde de bolletjestrui veilig. In het klassement bewoog niets meer.

Parijs: 89 kilometer door de bosbranden, en dan Van der Poel

De slotdag kreeg vierentwintig uur van tevoren een compleet nieuw parcours. Door de bosbranden die deze zomer in grote delen van Frankrijk woedden — met de Gironde als zwaarst getroffen gebied — haalde het ministerie van Binnenlandse Zaken politiemensen weg bij de Tour. Gevolg: de 133 kilometer van Thoiry naar Parijs werd geschrapt en vervangen door een stadsrit van 89 kilometer, volledig binnen de ring. De ploegenpresentatie vond nog wel plaats in Thoiry, waarna de renners met de bus naar de hoofdstad reisden. Zes rondjes over de Champs-Élysées, dan drie keer Montmartre, en terug naar de Champs voor de finish. De klassementstijden werden opgenomen op 41 kilometer van de streep.

Op de natte kasseien van de rue Lepic werd het precies de wedstrijd waar de organisatie sinds 2025 op hoopt. Pogačar testte de boel al op de tweede beklimming, waarna op de derde alleen Van der Poel bleef plakken toen de Nederlander vierhonderd meter onder de top versnelde. Met z'n tweeën doken ze de afdaling in richting de Champs-Élysées, met het peloton in het zicht maar net niet dichtbij genoeg. In de laatste vijfhonderd meter gaf Van der Poel er nog één keer een lel op en hield hij de opkomende sprinters af: ritzege in Parijs, zijn tweede van deze Tour na Ussel. Philipsen werd tweede, de gele trui rolde er tevreden achteraan.

De basiliek van de Sacré-Cœur op Montmartre in Parijs
De Sacré-Cœur op Montmartre, drie keer beklommen in de slotrit van de Tour de France 2026. Foto: Drow male, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

De eindstand: vijf keer Pogačar, en een podium dat niemand vooraf voorspelde

Tadej Pogačar won de Tour de France 2026 in 73u56'26", met 6'26" voorsprong op Remco Evenepoel en 9'42" op Isaac del Toro. Het is zijn vijfde eindzege, waarmee hij aansluit bij Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Induráin — het exclusiefste clubje van de wielergeschiedenis. Hij droeg het geel vanaf de Tourmalet in etappe 6 tot en met Parijs, won vijf ritten en staat nu op 26 Tourritzeges.

Daarachter een podium dat op de eerste rustdag niemand had opgeschreven. Evenepoel, die na de Tourmalet nog op ruim vier minuten stond en er zelf al niet meer in leek te geloven, reed zijn beste grote ronde ooit en pakte twee ritzeges. Del Toro werd bij zijn Tourdebuut derde én winnaar van het wit — niet slecht voor iemand die na de rit naar Le Lioran nog naar de zevende plaats was teruggevallen. De rest van de top acht: Paul Seixas op 11'56", Lenny Martinez op 13'02", Mattias Skjelmose op 14'59", Juan Ayuso op 17'48" en Richard Carapaz op 20'00".

De truien: geel voor Pogačar, groen voor Mads Pedersen met 539 punten — precies zoals we in de groenetruianalyse al vermoedden — bolletjes voor Carapaz met 156 punten, wit voor Del Toro. Lidl-Trek won het ploegenklassement, en Carapaz ging er ook nog met de superstrijdlust vandoor: twee ritzeges, de bergtrui, de rode rugnummers en de achtste plaats in het klassement. Wie deze Tour het meest uit zijn drie weken haalde, was misschien wel de Ecuadoriaan.

Wat blijft er hangen — en hoeveel weet jij er nog van?

Drie weken, en een verhaal dat halverwege in tweeën brak. Tot en met het Plateau de Solaison ging deze Tour over Pogačar tegen Vingegaard; daarna ging hij over hoe groot het gat zou worden en wie er nog om het podium mocht vechten. Wat blijft hangen zijn de extremen: 51,45 kilometer per uur tussen Dole en Belfort, 35'27" op Alpe d'Huez, een hitterit die dertig kilometer korter werd, een slotrit die vierenveertig kilometer korter werd, en een Noor die in vierentwintig uur van allerlaatste naar winnaar ging.

Kun je het allemaal nog navertellen? Test het in de grote eindquiz over de Tour de France 2026 — twaalf vragen over alle drie de weken, van Barcelona tot Montmartre. En als je liever eerst warmloopt: de rustdagquiz over week één staat er nog steeds.

Benieuwd welke renner jij bent?

🚴 Doe de quiz